Syrphidae - zweefvliegen


Bij zweefvliegen valt vooral hun zweefvlucht op: de mannetjes staan stil in de lucht in hun territorium, vaak hoog boven onze hoofd. Ook zien we ze wel kort voor een bloem zweven. Veel soorten imiteren bijen, hommels of wespen: zo proberen de onschuldige zweefvliegen hun vijanden te misleiden.

Wanneer is een vlieg een zweefvlieg? Het feit dat een vlieg zweeft betekent niet gelijk dat het ook een zweefvlieg moet zijn. Er zijn nog diverse andere vliegen die zweven en dit gedrag kom je ook wel tegen bij andere insecten. Een zweefvlieg heeft een vleugeladering als op onderstaande foto en in bijna alle gevallen is er ook een zogenaamde zwevende of valse ader (vena spuria) aanwezig. Deze ader begint en eindigt niet bij een andere ader. Ook heeft een zweefvlieg drie antenneleden, waarbij boven op de laatste een borstel is geplaatst en niet op het einde daarvan. Tenslotte zijn er op het lichaam geen opvallende borstels (grote, donkere haren) aanwezig.

Eupeodes corollae © Han Endt

Dit vrouwtje van de terrasjeskommazwever (Eupeodes corollae) is een typisch voorbeeld. Zie de top van 1 voor de valse ader.

Opvallend bij zweefvliegen is ook het verschil tussen de geslachten. Hoewel dit bij zulke kleine beestjes niet direct opvalt is dat verschil toch behoorlijk groot. In de meeste gevallen raken de ogen bij de mannetjes elkaar boven op de kop, terwijl bij de vrouwtjes er altijd ruimte tussen beide ogen is. Het vlekkenpatroon op het achterlijf is bij de vrouwtjes vaak gereduceerd of zelfs afwezig. Bij veel kleine soorten is het achterlijf van het vrouwtje veel breder dan bij het mannetje. Dit alles maakt dat de verschillen tussen beide geslachten vaak groter is dan tussen twee exemplaren van het zelfde geslacht, maar van twee nauw verwante soorten. Het is dan ook van belang om bij het op naam brengen van zweefvliegen als eerste te bepalen of men met een mannetje of een vrouwtje te doen heeft.

Zweefvliegen kan men overal aantreffen waar bloemen zijn, ze zitten dan ook graag in tuinen. Er zijn echter ook soorten die bijvoorbeeld op bladeren zijn te vinden en daar van meeldauw leven. De maden leven op zeer diverse plaatsen: in modder of vuil water, in rottend hout, op bladeren (levend van bladluizen) en zelfs in mierennesten.

In Nederland komen meer dan 325 soorten voor.

.

Van onderstaande groepen heb ik een pagina (klik het plaatje):

naar de vlekogen
Vlekogen
naar de bijvliegen
Bijvliegen
naar de pendelvliegen
Pendelvliegen
naar de doodshoofdzweefvlieg
Doodshoofdvlieg
naar de gitjes
Gitjes
naar de snuitvliegen
Snuitvliegen
naar de doflijfjes (Chrysogaster)
Doflijfjes (I)
naar de glimlijfjes
Glimlijfjes
naar de doflijfjes (Melanogaster)
Doflijfjes (II)
naar de korsetzweefvliegen
Korsetzweefvl.
naar de bollenzwevers
Bollenzwevers
naar de narcisvliegen
Narcisvliegen
naar de reuzen
Reuzen
naar de menuetzweefvlieg
Menuetzweefvlieg
naar de bladlopers
Bladlopers
naar de platvoetjes
Platvoetjes
naar de langlijfjes
Langlijfjes
naar de driehoekszweefvliegen
Driehoekszweefvl.
naar de platte zwever
Platte zwever
naar de krieljes
Krieltjes
naar de platbekjes (Pipiza)
Platbekjes (I)
naar de fopwespen
Fopwespen
naar de wimperzwevers
Wimperzwevers
naar de didea's
Didea's
naar de bandzwevers (Epistrophe)
Bandzwevers (I)
naar de snorzweefvlieg
Snorzweefvlieg
naar de bontzweefvlieg
Bontzweefvlieg
naar de kommazwevers
Kommazwevers
naar de melkzwevers
Melkzwevers
naar de elfjes (Melangyna)
Elfjes (I)
naar de elfjes (Meliscaeva)
Elfjes (II)
naar de roetneusjes
Roetneusjes
naar de halvemaanzwevers
Halvemaanzwevers
naar de bandzwevers (Syrphus)
Bandzwevers (II)



terug naar de vliegen terug naar de hoofdindex


Alle foto's: © 2003-2006 Han Endt.
Vragen, opmerkingen: hanendt@yahoo.co.uk

Deze pagina is aangemaakt op 17 augustus 2003 en voor het laatst gewijzigd op 22 oktober 2006.