Asilidae - roofvliegen


De roofvliegenfamilie telt in Nederland 40 soorten. Zoals de naam al aangeeft zijn het rovers die al rustend in de vegetatie, vaak op een zonbeschenen blad, wachten op een passerend insect. Deze wordt gevangen door middel van de met borstels voorziene poten en uitgezogen met de zuigsnuit. De larven leven in de grond of in boomstammen en leven waarschijnlijk van kleine prooidieren.
De roofvliegen worden gekenmerkt door de vele borstels op de poten en vaak ook op de rug. Ze hebben een stevige steeksnuit die echter niet zo lang is als bv. bij de dansvliegen, verder hebben ze een soort van baard van lange haren voor op het gezicht en is de kop aan de bovenzijde tussen de ogen verdiept. Veel soorten zijn nogal grauw van kleur, maar sommige zijn glimmend zwart met een opvallende oranje of gele tekening op de poten.



Dioctria hyalipennis (Fabricius, 1794)

Dioctria hyalipennis © Han Endt

Mannetje, Garderen, 20-6-'08.

Dioctria hyalipennis © Han Endt

Vrouwtje, Ermelo, 10-6-'08.



Lasiopogon cinctus (Fabricius, 1781)

Lasiopogon cinctus © Han Endt

Garderen, 17-4-'07.



Machimus atricapillus (Fallén, 1814)

Machimus atricapillus © Han Endt

Ermelo, 24-8-'09.

Machimus atricapillus © Han Endt

Ermelo, 24-8-'09.




Machimus cingulatus (Fabricius, 1781) ringpootroofvlieg

Machimus cingulatus © Han Endt

Mannetje, Garderen, 16-7-'08.




Neoitamus cyanurus (Loew, 1849) eikenroofvlieg

Neoitamus cyanurus © Han Endt

Mannetje, Garderen, 6-6-'05.

Neoitamus cyanurus © Han Endt

Mannetje, Garderen, 6-6-'05.



terug naar de vliegen terug naar de hoofdindex


Alle foto's: © 2003-2009 Han Endt.
Vragen, opmerkingen: mail mij

Deze pagina is aangemaakt op 6 juni 2005 en voor het laatst gewijzigd op 25 augustus 2009.