Lasiocampidae - spinners


In Nederland zijn zestien soorten spinners vastgesteld. Over het algemeen zijn het grote, nogal plompe, nachtvlinders. Ze zijn overwegend geelbruin tot roodbruin gekleurd en de mannetjes hebben opvallend geveerde antennen, waarmee ze de vrouwtjes tot op enkele honderden meters kunnen opsporen. Door hun vorm en kleur lijken de rustende vlinders veel op dode bladeren. Enkele soorten zelfs zo sterk dat ze hun Nederlandse naam hier aan danken, zoals o.a. het eikenblad (Gastropacha quercifolia) en het populierenblad (G. populifolia). Van twee Nederlandse soorten kan men de mannetjes overdag, in de namiddag, zien vliegen. De hagenheld (Lasiocampa quercus) laag boven de heide en de veelvraat (zie onder) iets hoger op bv. open plaatsen tussen de bomen als een klein vleermuisje. Hun vlucht is zeer snel en grillig. Volwassen dieren eten niet.



Lasiocampa trifolii ([Denis & Schiffermüller], 1775) kleine hagenheld

Lasiocampa trifolii © Han Endt

Mannetje, Harderwijk, 7-8-'04.

Lasiocampa trifolii © Han Endt

Mannetje, Harderwijk, 7-8-'04.



Macrothylacia rubi (Linnaeus, 1758) veelvraat

Macrothylacia rubi © Han Endt

Céré-la-Ronde, Indre et Loire, France, 16-5-'04.



Dendrolimus pini (Linnaeus, 1758) dennenspinner

Dendrolimus pini © Han Endt

Mannetje, Hulshorst, 16-7-'04.



Euthrix potatoria (Linnaeus, 1758) rietvink (drinker)

Euthrix potatoria © Han Endt

Mannetje, Hulshorst, 2-8-'04.

Euthrix potatoria © Han Endt

Mannetje, Hulshorst, 2-8-'04.



terug naar de nachtvlinderpagina terug naar de hoofdindex


Alle foto's: © 2003-2006 Han Endt.
Vragen, opmerkingen: hanendt@yahoo.co.uk

Deze pagina is aangemaakt op 1 mei 2005 en voor het laatst gewijzigd op 28 oktober 2006.